dinsdag 7 mei 2013

Eén mond

Het woord komt vaak langs tijdens ons bezoek aan ‘Kambona’, de chief van Sakpalua: ‘Nangban yini’. Letterlijk betekent het ‘één mond’, het Dagbani-woord voor ‘eenheid’. We zijn op bezoek bij de chief en zijn oudsten om hen te bedanken voor hun inzet en betrokkenheid tijdens het paasfeest van dit jaar. Ieder jaar verzamelen de Dagomba-christenen van de Presbyterian Church rond Tamale zich in een van de dorpen om daar het paasweekend door te brengen. Dit jaar waren we te gast in Sakpalua, een dorp op een klein uur rijden van Tamale. Het was een mooi feest met op het hoogtepunt op paaszondag rond de twaalfhonderd deelnemers. De chief en zijn oudsten waren contstant bij het programma aanwezig, discussieerden op zaterdagmiddag mee over het onderwerp ‘huwelijk’ en schonken een koe aan de kerk om de maaltijden van vlees te voorzien. Bovendien zette iedere bewoner van Sakpalua, christen of niet, zijn huis een weekend lang open voor de bezoekers uit de andere dorpen.

‘Nangban yini’. Ik hoor een van de oudsten het opnieuw noemen, terwijl hij ondertussen een kip de ontvangstkamer van de chief uitjaagt. Ze zijn er trots op. Dat christenen, moslims en volgers van de lokale religie in eenheid samen kunnen leven. Dat zij de viering van een christelijk paasfeest mede mogelijk mochten maken in hun dorp. Waar volgers van verschillende religies elkaar in veel delen van de wereld met argusogen aankijken, leeft men hier vreedzaam samen. Het gaat in sommige gevallen zelfs een stap verder dan dat.

Ook in Nyarizee kwam ik een uiting van dit samenleven tegen. Toen ik op een middag kwam kijken bij de bouw van de nieuwe kerk in het dorp kwam er een auto langsrijden. De auto stopte en er stapte een man in een lang gewaad uit. Shadrach, de caretaker van de gemeente, liep naar hem toe om hem te begroeten en ik hoorde ze wat praten. De man liep weg en stapte zijn auto weer in. ‘Thank you, Alhaji’, hoorde ik Shadrach nog zeggen. De man bleek een bekende moslim uit de stad te zijn. Toen hij langsreed zag hij de bouwwerkzaamheden en besloot hij twintig cedi te doneren voor de bouw van dit ‘huis voor God’. Even later kwam ook de imam uit het dorp langslopen. ‘Salaam alaikum’, groette hij. ‘Wa alaikum salaam’, antwoordden wij in koor. Ook hij kwam een gift overhandigen, vertaalde iemand voor mij naar het Engels. Wat een verrassing.

Het is ook in Noord Ghana niet altijd peis en vree tussen volgers van de drie grote religies in dit gebied. Toch zie ik over het algemeen de wil om samen te leven, elkaar te leren kennen en mensen met een andere religie de ruimte te geven deze te uiten in de gemeenschap. We werken immers allemaal aan een ‘huis voor God’ in deze samenleving.

Als we het ‘chief palace’ van Sakpalua weer willen verlaten vraagt de chief nog of we voor hem en het dorp willen bidden. Het lijkt erop dat er dit jaar veel regen zal vallen en dat is in Sakplaua vaak slecht voor de oogst. Een van ons staat op en bidt God om een zegen voor dit dorp, om wijsheid voor de chief en om ‘één mond’ voor de inwoners van het gebied.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten