zondag 26 juni 2016

Een christen hoort niet arm te zijn

Enkele jaren geleden werd in Ghana sateliettelevisie geïntroduceerd. Met een satellietontvanger kon je zo opeens overal in Ghana gratis televisie ontvangen. Een hele vooruitgang. Er waren verschillende kanalen: een kinderzender, een aantal nieuwskanalen, kanalen voor buitenlandse en afrikaanse films, etc. De laatste tijd zijn bijna al deze zenders opgekocht door de leiders van nieuwe charismatische kerken die zichzelf graag apostel, profeet of bisschop noemen. Zij hopen via de media hun kerk en boodschap in het hele land te promoten en slagen daar goed in. 

Af en toe zap ik op een avond langs de verschillende christelijke zenders en vang ik flarden van de preken van deze apostels en profeten op. Vaak gaan ze over de kracht van de Geest, of over genezing en bevrijding van kwade geesten. Een van de predikers waarschuwde zijn gemeenteleden bij ziekte niet naar het ziekenhuis te gaan, want dan zet je de dokter op de plaats van de Geest. Een christen hoort genezing alleen van God te ontvangen.

Ook hoort een christen niet arm te zijn, leerde ik van een preek op een ander televisiestation. De bisschop hield een betoog van ruim twee uur over het onderwerp ‘overcoming the curse of generational poverty’. In veel nieuwe kerken klinkt dit welvaartsevangelie wekelijks van de kansel. Van (veelal arme) gemeenteleden wordt  bovendien gevraagd grote bedragen in de collectebus te doen en zo een ‘zaadje te planten’ waarmee ze Gods zegen, vermenigvuldiging en rijkdom in hun leven mogen verwachten. Want hoe meer je geeft, hoe meer bonus je van God terug zal ontvangen. Een investering in het koninkrijk van God, die velen berooid achterlaat, maar de apostel een nieuwe auto oplevert. Omdat deze kerken stevig aan de weg timmeren en de media volledig overspoeld hebben is het lastig een genuanceerd tegengeluid te vinden. Ook bij predikanten en gemeenteleden in de presbyteriaanse kerk vind deze boodschap (of strategie voor fondswerving?) af en toe gehoor. En als er al eens kritisch over gesproken wordt, komt dit niet op nationale televisie.

Het volgende kritische geluid (zie onderstaande you-tube video) haalde WEL de nationale televisie en heeft ghanese christenen op een vrolijke en aanstekelijke manier  aan het denken gezet over deze ontwikkelingen. Een leuk liedje met een duidelijke boodschap...


dinsdag 10 mei 2016

Trots op haar Gonja Bijbel

Op een zaterdag in februari reden we in traditionele Gonjakleding naar Buipe, twee uur ten zuidwesten van Tamale. Mary zat nerveus naast me. Het beloofde  een bijzondere dag te worden, waarvoor we zelfs de bruiloft van vrienden hadden besloten te missen.

In 1969 was de jonge nederlandse zendelinge Jeanette Zwart naar Ghana gekomen om te werken in het gebied van de Gonja’s, de etnische groep waar ook Mary bij hoort. Haar belangrijkste missie was om te werken aan de vertaling van de Bijbel in het Gonja. De Gonja’s zijn sterk beinvloed door Islam en tot op de dag van vandaag zijn slechts enkele Gonja’s christen. 15 jaar na haar komst naar Ghana was het Jeanette en haar team gelukt het Nieuwe Testament in het Gonja te vertalen. Voor het eerst konden Gonja’s de Bijbel in hun eigen taal horen en lezen en voor het eerst was de taal op schrift gesteld.

Als Jeanette op verlof was in Nederland kwam zij vaak naar de gemeente waar ik met mijn ouders naar toe ging, om te vertellen over haar werk in Ghana en de vertaling van de Bijbel in het Gonja. Ik hing als kleine jongen aan haar lippen als zij vertelde over deze andere wereld, niet wetende dat ik ooit deel zou gaan uitmaken van diezelfde wereld. En dat ik haar op die zaterdag in 2016 in Buipe zou zien dansen bij de inzegening van de volledige Bijbel in het Gonja.

Jeannette Zwart tijdens de inzegening van de Gonja Bijbel

De Chief van Buipe, chiefs vanuit heel Gonjaland, enkele ministers (als afvaardiging van de President, die zelf Gonja is, maar niet kon komen), de katholieke bisschop van het Bisdom Damongo, de voorzitter van de presbyteriaanse kerk in noord Ghana, predikanten, catecheten en Gonja christenen uit heel Gonjaland, waren samengekomen in Buipe om te vieren dat Gonja’s eindelijk het woord van God in moedertaal konden horen, lezen en uitdelen. Een spreker van het Ghana Institute for Linguistics, Literacy and Bible Translation (GILLBT) gaf aan dat dat heel bijzonder is, zeker als je bedenkt dat de meeste etnische groepen in noord Ghana nog geen volledige bijbelvertaling in hun taal beschikbaar hebben. Er was muziek, dans, samenzang, een oorkonde van waardering voor Jeanette Zwart (inmiddels alweer jaren in Nederland en voor de gelegenheid overgekomen) en enkele anderen, en naast mij was Mary zichtbaar geëmotioneerd. Dit boek opent niet alleen de weg voor Gonja’s om de Bijbel in hun eigen taal te lezen, maar geeft ook een boost aan het zelfvertrouwen, zelfbewustheid en de identiteit van Gonja’s. In het bijzonder van de kleine groep Gonja christenen, die, heen en weer geslingerd tussen de ‘islamitische wereld’ van de Gonja’s en de wereld van christenen uit andere etnische groepen met andere talen en gebruiken, onderweg zijn een eigen identiteit op te bouwen waarmee ze volledig Gonja en volledig christen kunnen zijn.

Mary is trots op haar Gonja Bijbel!

Een andere spreker benoemde de verantwoordelijkheid die de inzegening van deze Gonja Bijbel met zich meebrengt voor alle aanwezigen, want ‘hoe kunnen Gonja’s de inhoud van dit boek tot zich nemen als ze niet kunnen lezen en schrijven?’. Gonja is tegenwoordig op alle scholen in het Gonjagebied een verplicht vak, maar de grootste meerderheid is nooit naar school geweest. De presbyteriaanse kerk heeft dit jaar, in samenwerking met GILLBT en ondersteund door Kerk in Actie haar alfabetiseringsprogramma nieuw leven in geblazen. Ongeveer 200 vrijwilligers zijn inmiddels getraind om volwassenen en jongeren in dorpen in het hele Gonja- en Dagombagebied in noord Ghana te leren lezen en schrijven in hun eigen taal. Een vervolg hierop kan het leren van Engels en zelfs doorstroming naar regulier onderwijs zijn. De uitdaging die het alfabetiseringsteam zichzelf gesteld heeft is om nu vooral meer vrouwen aan boord te  krijgen, waar in eerdere jaren voornamelijk mannen de lessen bijwoonden.


Onderweg terug naar huis vertelde Mary dat ze haar eerste exemplaar aan de kerk in haar dorp wilde geven. Voorin schreef ze in Engels en Gonja: ‘voor de Katholieke Kerk in Bole; “ze waren geraakt, want ze hoorden hen spreken in hun eigen taal” (Handelingen 2:6)’.

dinsdag 16 februari 2016

'Let us rise up and build'

In een eerder bericht schreef ik over de bouw van een muur rond het Presbyteriaans Trainingcentrum in Tamale. Dit bouwproject wordt uitgevoerd met steun van de classis Zierikzee. De voornaamste redenen voor de bouw van deze muur zijn: • Veiligheid voor bewoners en bezoekers van het Centrum • Privacy en een rustige omgeving voor studeren, retreats en conferenties • Verbeterde hygiene/sanitatie in het centrum • Beschermen van het land tegen ilegale ingebruikname door anderen. Inmiddels zijn de werkzaamheden bijna afgerond en zien we al bouwend langzaam verbeteringen ontstaan op het gebied van veiligheid, privacy en sanitatie. Onderstaande meditatie bij de bouw schreef ik voor de Ghanazondag in de classis Zierikzee op 1 november 2015.


20160210%20092722.jpg
Een gedeelte van de wegkant van de muur waaraan zich de ingang van het centrum bevindt. Wat nog rest is de afwerking.


‘And they said: “Let us rise up and build.” So they strengthened their hands for the good work.’ (Nehemia 2:18b; Revised Standard Version)
Voor een Bijbelgedeelte bij de bouw van een muur denk je al snel aan Nehemia. In Ghana is bovenstaande tekst de favoriete aanmoediging op posters of tijdens bijeenkomsten om fondsen te werven voor een bouwproject van de kerk. Een nieuw kerkgebouw, een huis voor de dominee, of in het geval van het Presbyteriaans Trainingscentrum in Tamale: een muur.
Iedereen heeft wel muurtjes nodig. Om privacy te waarborgen, om af te bakenen wat van jou is en wat van de ander, om aan te geven waar anderen wel of niet mogen komen. Nederland staat vol met hekwerken, heggen en schuttingen. In Ghana bouwt men stenen muurtjes rond huizen, scholen, en andere eigendommen. Houten schuttingen zouden in het warme, soms vochtige weer niet lang standhouden.
Nehemia herstelt de muur van Jeruzalem om de identiteit van zijn volk te herstellen. Om ze weer trots te laten zijn. En verder misschien wel om dezelfde redenen als eerder genoemd. Hij gaat voortvarend aan de slag. Iedereen helpt mee.
Ook op ons trainingscentrum doet iedereen mee. De fundering wordt gegraven door de mannen uit de buurt, het water gedragen door de vrouwen. Door de gemeenschap rond het centrum te betrekken bij de bouw van de muur wordt het project breed gedragen. Natuurlijk is er ook tegenstand. Bijna niet te voorkomen bij zulk soort projecten. Onze muur werd ’s nachts een paar keer omgeduwd, maar door de inzet (op z’n ‘Nehemiaans’) van een aantal nachtwakers waaide ook deze tegenstand over.
Op grotere schaal voelen we ons al snel ongemakkelijk bij muren en hekwerken, vaak bedoeld om groepen mensen buiten de deur te houden. Een muur om Mexicanen uit de Verenigde Staten te houden. Een muur zodat een Palestijn Israel niet zomaar in kan. Een hek om Hongarije om vluchtelingen tegen te houden. Het liefst een groot hek om heel Europa.
In hoofdstuk 5 van het boek Nehemia staat een opmerkelijk gedeelte. Het lijkt er niet op z’n plaats tussen alle bouwwerkzaamheden door. Een groep vrouwen komt bij Nehemia klagen over sociaal onrecht en onderdrukking in de samenleving. Armen lijken geen rechten te hebben en krijgen geen enkele steun van de leiders. Ze voelen zich vernederd en minderwaardig. Ze voegen er aan toe: “Het vlees van onze broeders is toch hetzelfde als ons vlees...onze kinderen hetzelfde als hun kinderen?” (vers 5a).
Dit intermezzo lijkt niets te maken te hebben met het bouwen van de muur van Jeruzalem, waar de rest van het boek Nehemia over gaat. Toch staat het er niet voor niets!
Juist als we bezig zijn met het opkomen voor onze privacy, het afbakenen van ons terrein, het optrekken van onze muurtjes en schuttingen, moeten we dit nooit vergeten: “het vlees van onze broeders (en zusters) is toch hetzelfde als ons vlees...”!
Nu we op het trainingscentrum bezig zijn met het bouwen van een muur om een veilige en rustige omgeving te creeren voor leren en bezinnen, herinnert dit ons aan onze missie als christelijk centrum om een licht te zijn in de gemeenschap waarin we ons bevinden. Om op te komen voor de zwakkeren in de samenleving en uit te reiken naar gebieden en mensen die ons werk het meest nodig hebben. Het bouwen van de muur verloopt niet zonder spanningen, maar het betrekken van de buurt bij het bouwproces, heeft ons als centrum dieper verankerd in de gemeenschap. Ook komen we bijvoorbeeld geregeld met studenten op bezoek bij de moskee om te ontdekken hoe onze directe buren hun geloof beleven en in de praktijk brengen. Het blijft een zoektocht naar een balans tussen opkomen voor jezelf en openstaan voor mensen om je heen. Zeker als kerk en christelijk centrum in een voornamelijk islamitische omgeving als die in Noord Ghana.
Van een afstand zien wij vanuit Ghana de problematiek rond de vele vluchtelingen die naar Europa komen, en naar Nederland. Af en toe komen de beelden langs op internationale nieuwsstations. Toch hebben veel Ghanezen geen idee van wat er op dit gebied in Europa gebeurt.
Er lijkt in de Nederlandse samenleving nu een sterke neiging te zijn om af te bakenen, te beschermen wat van ‘ons’ is. Begrijpelijk ook wel. Ieder mens heeft muurtjes nodig. Nehemia 5 laat ons er echter nadrukkelijk bij stil staan dat dit nooit een excuus mag zijn om onze ogen te sluiten voor nood en onrecht om ons heen. Want het vlees van onze Syrische broeders en zusters is toch hetzelfde als ons vlees? En zijn de vluchtelingkinderen niet hetzelfde als onze kinderen?
Nehemia was verontwaardigd, woedend zelfs, toen hij de klacht van de vrouwen had aangehoord.  Dit mocht niet langer zo doorgaan. Hij riep alle leiders op om op te komen voor een menswaardig bestaan voor iedereen.
Juist als we als individu, instituut of samenleving geneigd zijn muurtjes op te trekken, hebben we mensen nodig die net als de vrouwen uit Nehemia 5 opstaan en ons en onze leiders eraan herinneren dat we temidden van al het tumult altijd moeten blijven opkomen voor medemenselijkheid en gelijkwaardigheid om ons heen. En mensen die het voortouw nemen om deze waarden in de praktijk te waarborgen.
Al bouwend worden we er steeds aan herinnerd dat we geroepen zijn om ‘het zout van de aarde’ te zijn en ‘het licht in de wereld’.

maandag 26 oktober 2015

Buren op gepaste afstand

De inwoners van Tamale hebben het gewone dagelijks leven inmiddels weer opgepakt, nadat de afgelopen week helemaal in het teken stond van Eid al-Adha, het islamitische Offerfeest. Hoewel er in Ghana officieel maar een vrije dag aan dit feest gekoppeld, duren de aanloop en de nasleep ervan bij elkaar wel een week.  

Schapen voor het Offerfeest

Dat het Offerfeest in aantocht is, is vooral te zien aan de duizenden schapen die de stad binnengevoerd worden. Op alle open plekken worden de schapen, vooral grote glanzende rammen, aan bomen vastgebonden en ontstaan spontane veemarktjes. In deze week verdubbelt de prijs van een ram van gemiddeld 100 euro naar zo’n 200 euro.
sheep%20tamale.jpg
Als de dag van het feest zelf aanbreekt verzamelen alle moslims op een aantal centrale plekken in de stad voor een gebedsbijeenkomst. Ook Yussif, Mary’s neef die een tijdje bij ons in huis woont en moslim is, vertrekt die ochtend in zijn nieuwe outfit naar de stad. Bij thuiskomst is het feest. Er wordt veel gegeten en vooral ook veel eten uitgedeeld. Ook wij krijgen drie grote schalen met rijst en vlees. Met Kerst is het andersom, dan delen de christenen uit. 

Gepaste afstand

De relaties tussen moslims en christenen zijn over het algemeen goed. Er zijn vriendelijke contacten en men deelt in elkaars feestvreugde tijdens Kerst en Offerfeest. Toch houden veel mensen een gepaste afstand. Twee maanden geleden bezochten wij met een aantal van onze studenten de moskee net achter het trainingscentrum. Nadat we de studenten verteld hadden van het geplande bezoek, gingen zij buiten hevig met elkaar in discussie. Een aantal besloot dat ze niet meewilden. Ze vonden het maar eng, al gaven ze dat niet direct toe. Na een half uur hadden we iedereen overgehaald toch mee te gaan. We deden bij de deur onze schoenen uit en stapten een voor een naar binnen. We mochten achteraan zitten, terwijl de aanwezige moslims aan hun gebed begonnen.  
Na afloop mochten we een paar vragen stellen. Abdul-Razak , de jonge man die het gebed had geleid, vertaalde voor de Imam. Een van de studenten durfde het aan een vraag te stellen. Hij had altijd gehoord dat het niet toegestaan was voor niet-muslims om bij het gebed in de moskee aanwezig te zijn. Waarom mochten we er dan toch bij zijn? De Imam antwoordde: “We zijn toch allemaal mensen en we leven hier samen. Ik zou juist tegen mijn religie ingaan als ik iemand zou weigeren een plaats van gebed te betreden”.  De studenten stapten opgelucht de moskee  uit en deden hun schoenen weer aan. Het was toch niet zo eng als ze gedacht hadden.

zaterdag 1 augustus 2015

Hoe bouw je in Ghana een muur?

Het terrein van het Presbyterian Lay Training Centre (PLTC) ligt aan de rand van de stad Tamale. Doordat Tamale een snel groeiende stad is (sommigen beweren de snelst groeiende stad van West Afrika) is het trainingscentrum inmiddels omringt door nieuwe woonwijken. De druk op het land van PLTC wordt daardoor snel groter. Aan de randen proberen omwonenden stukjes grond in gebruik te nemen. Voetgangers, fietsers en brommers gebruiken het centrum als doorgang naar de hoofdweg. Daarnaast vindt er steeds meer vervuiling plaats; hoeken van het centrum worden gebruikt als afvalstortplaats en openbaar toilet. Het werd duidelijk dat er iets moest gebeuren om de grond voor het centrum te behouden en het centrum veiliger, rustiger en schoner te maken, zodat het geschikt blijft als centrum voor training, conferenties en retreats. Met steun van de classis Zierikzee bouwt het Presbyterian Lay Training Centre nu een muur rond haar terrein. Hoe bouw je in Ghana een muur? Zie hieronder een fotoverslag.


moulding%20blocks%20for%20walling%20proj
Je begint met het maken van cementblokken; de bouwstenen voor de muur.
blocks.jpg
De cementblokken moeten twee weken drogen en in die periode iedere dag met water besprinkelt worden
DSC01486.jpg
Ondertussen kan begonnen worden met het (handmatig) verwijderen van bomen die in de lijn van de muur staan. Voor de muur rond het trainingscentrum werden in slechts 4 dagen 39 bomen verwijderd.
dig%20foundation.jpg
Vervolgens wordt de fundering gegraven en het beton gestort.
carry%20blocks.jpg
De cementblokken worden verplaatst naar de plek waar de muur gebouwd wordt. De mannen en vrouwen uit de buurt werken tijdens het hele bouwproject mee (dragen, graven, bomen verwijderen, etc.) en profiteren zo van een aantal maanden werkgelegenheid.
build%20wall.jpg
Dan kan de muur gebouwd worden. Er worden openingen gelaten waarin beton rond een stalen frame gestort zal worden tot in de fundering. Het bouwproject is in volle gang en zal nog een aantal maanden duren.

zondag 28 juni 2015

Als je kleinkind in Ghana wordt geboren...

Hoe is het als je kleinkind in Ghana wordt geboren? Mijn ouders waren bij ons in Ghana op bezoek toen ons dochtertje Anniek vorige maand werd geboren. Lees hieronder in hun verslag alles over die periode en hoe zij het beleefd hebben! 
Het is het vijfde jaar op rij dat we naar Ghana afreizen. “Je boft maar met een zoon in Ghana” hebben we vaak te horen gekregen, “een mooie vakantiebestemming”. Voor ons gaat die vlieger niet op, want Noord-Ghana is geen vakantieland en je (klein)kinderen maar een paar weken per jaar zien is geen luxe. Onze zoon Jasper is in 2010 getrouwd met de Ghanese Mary Jarga, geëmigreerd en uitgezonden door Kerk in Aktie naar Tamale in Noord-Ghana. Daar werkt hij als trainer-pastor op het Presbyterian Lay Training Centre (PLTC).
Op 26 mei vliegen we van Amsterdam naar Accra. We gaan met een blijde spanning omdat we hopen de geboorte van het tweede kindje van Jasper en Mary mee te maken. Daarom hebben we geen reisplan gemaakt; we weten immers niet hoe de komende drie weken gaan verlopen. Wel hebben we genoeg boeken meegenomen om de tijd die we misschien moeten wachten in te vullen. 
Na zes en een half uur vliegen landen we op Kotoka-Airport in Accra in een totaal andere wereld. We weten inmiddels onze weg te vinden naar de taxi’s, en in het hotel worden we door het personeel herkend. Onderweg verbazen we ons erover dat het straatbeeld al een beetje vertrouwd aanvoelt. De volgende morgen vliegen we door naar Tamale waar we door Jasper, Mary en Albert van het vliegveld worden afgehaald. Het weerzien ontroert ons allemaal, vooral is het bijzonder dat Albert ons direct herkent. Samen liedjes zingen via Skype is niet voor niks geweest.
De eerste week zijn we heel erg opa en oma voor Albert, Samatha en Hyacinth: samen zwemmen, boekjes voorlezen en met de duplo spelen. Vanaf de allereerste dag merken we er niets van dat we elkaar een jaar niet gezien hebben. Er is een sterke band tussen Albert en ons en ook Samatha en Hyacinth vinden het fijn om bij ons te zijn. We ontdekken dat de periode dat Albert bij ons in huis geweest is tijdens zijn hartoperatie een enorme band heeft gesmeed. We zijn er dankbaar voor. Het opgewekte karakter en de stralende lach van Albert nemen bij ons ook de zorg om zijn gezondheid weg die wij onbewust nog met ons meedroegen.
 albert%20en%20oma.jpg
In afwachting van hoe het zal gaan, trekken we die eerste week ook veel met Jasper op. Elke morgen komt hij bij ons en drinken we samen koffie die we uit Nederland hebben meegebracht. We spreken de dag door en proberen zoveel mogelijk van zijn dagelijks werk mee te maken. Wij vinden het fijn om een beeld te hebben van zijn leven om dat mee te kunnen nemen als we weer naar huis gaan. We merken aan Jasper dat ook hij het fijn vindt om met ons te sparren over dingen die in Ghana zo gewoon zijn, maar waar hij nooit aan zal wennen.
Dan, op zaterdag tijdens een ochtendwandeling van Gilbert door de yamvelden, gaat zijn telefoon: Mary heeft al een poosje weeën! De kinderen komen naar ons en Jasper brengt Mary naar het ziekenhuis. Voor Jasper begint nu het grote wachten, want in Ghana is het niet gebruikelijk dat een man bij de bevalling is. Samen met Mary’s moeder Monica wacht hij op de gang. Gelukkig heeft een vriendin van Mary dienst, zodat hij af en toe informatie krijgt over de vorderingen. Het verloopt spoedig. 
Rond drie uur wordt een meisje geboren. ’s Avonds om tien uur, wanneer er eindelijk een zuster is die Mary naar huis stuurt, mag Jasper haar ophalen. Thuis zitten we klaar om Mary en haar dochtertje te verwelkomen. Het blijkt een prachtig mooi en duidelijk zichtbaar gezond meisje! En ook Mary ziet er stralend uit. De bevalling is ook voor haar snel verlopen. Ze vertelt dat het zwaarste moment van de bevalling was toen ze met volledige ontsluiting naar een ander gebouw moest lopen om daar te bevallen!
anniek.jpg
In de dagen die volgen komen af en toe mensen langs om te feliciteren en het nieuwe mensje te bewonderen, maar de meeste mensen zullen pas komen op de ‘naming ceremony’. In Ghana is het de gewoonte dat een pasgeboren kindje pas na minimaal zeven dagen na de geboorte zijn of haar naam krijgt. Voor ons ligt dat anders, wij weten vaak al voor de geboorte de namen van het nog ongeboren kindje en zodra het geboren is vertellen we dat aan iedereen. Omdat Jasper dat ook zo beleeft vertelt hij ons de eerste avond al haar naam. We moeten het wel geheim houden, vooral voor de kinderen, omdat zij al gauw doorhebben dat wij de naam wel weten. Ze zijn erg alert op wat wij tegen elkaar zeggen en of wij ons niet verspreken.
Ons leven staat die week helemaal in het teken van de voorbereiding van de ‘namingceremony’.  De viering zal plaatsvinden op het terrein van het PLTC voor het huis van Jasper en Mary. Er worden ongeveer 250-300 mensen verwacht die na de dienst allemaal blijven eten.
Gelukkig wil de kok van het Centrum het eten klaarmaken. Aan ons de taak om met Jasper de inkopen te gaan doen op de markt van Tamale: 50 kg rijst,  250 kippenpoten, 5 liter olie, tomaten, kool, gedroogde sardines, kruiden, pindapasta en gember etc. Van de gemeente in Nyarizee hadden Jasper en Mary al een geit en een zak maïs cadeau gekregen. Hiervan wordt  t.z. met soup gemaakt. Alles wordt geserveerd in ‘take away-bakjes’.
keuken.jpg
Bij het hoofdkantoor van de Presby-kerk halen we een paar honderd waterzakjes uit het Salem-waterproject. En om het helemaal af te maken voor iedereen een flesje frisdrank. Als het op de ochtend van de ‘naming met 28°C  redelijk koel aanvoelt, moet als de wiedeweerga de frisdrank uit de koeling worden gehaald omdat Ghanezen ze anders te koud vinden om te drinken.
Het terrein wordt op vrijdag schoongemaakt door jeugd van Nyarizee. Met bezempjes van soort rieten stengels wordt al het zwerfvuil bij elkaar geveegd en in de fik gestoken. Iedere 20 meter weer een vuurtje. Na afloop ziet het er een stuk netter uit.
Omdat de naming ceremony een feest is, gaan alle dames van de familie in het nieuw. Albert krijgt voor deze gelegenheid zijn eerste smock, en opa, Dada (Jasper) en hij dragen die dag een smok in de traditionele kleuren van de Gonja stam.
smock.jpg
Mary en oma laten hun kleren maken, en wij nemen Samatha en Hyacinth allebei een keer mee om hun eigen jurk uit te zoeken. Ze weten precies wat ze willen, bij binnenkomst in de winkel wijzen ze direct aan waar ze al heel lang naar uit kijken. Voor Samatha zoals ze zelf zegt een ‘Biiiig dress with flowers!!’
dresses.jpg
Tijdens de ‘naming ceremony’ wordt de naam gegeven aan het nieuw geboren meisje, en zal ze direct worden gedoopt. Oma Tineke krijgt de eer om het kleine meisje in haar armen te houden die dag, wat echt heel bijzonder en ontroerend is. Het lijkt of ze hierdoor een beetje extra met elkaar verbonden zijn, en dat voelt fijn. Het kan wel weer een jaar duren voordat ze haar weer in haar armen heeft….
Prachtig is het moment waarop de zegen over haar en het gezin wordt uitgesproken, en iedereen die aanwezig is vier keer haar naam roept: Anniek Kawuche Maas. Vanaf dat moment is Anniek voor iedereen bekend. Een bijzondere ervaring om dit niet alleen mee te maken, maar er ook deelgenoot van te zijn.
naming%20ceremony.png
Als we de woensdag erna weer door de uitgedroogde savanne naar het vliegveld van Tamale rijden laat Jasper ons ‘An Irish Blessing’ horen: “May the rain fall soft upon your fields…., until we meet again, may God hold you ever in the palm of His hand”. De woorden raken ons in dit landschap in deze situatie. Ontroerd nemen we afscheid en beseffen dat we de reis rondom de geboorte van Anniek zelf niet beter hadden kunnen plannen, we hebben alle belangrijke momenten met Jasper en zijn gezin mee kunnen beleven. We zijn enorm dankbaar!!
Gilbert & Tineke Maas

woensdag 13 mei 2015

Een dochter!

Op 2 mei zijn wij de ouders geworden van een meisje, dat tijdens een naming ceremony op 9 mei haar naam heeft gekregen:

ANNIEK KAWUCHE MAAS


De uitspraak van de Ghanese naam (Kawuche) is: Kawoetjee...
Binnenkort een weblog met meer informatie en een verslag van de naming ceremony

woensdag 18 februari 2015

12 foto's uit 2014

12 foto's uit 2014

(Link naar fotoalbum met 12 foto's uit 2014)

Filmpje PLTC

Hieronder een filmpje over het werk en de religieuze context van het Presbyterian Lay Training Centre in Tamale.

 

donderdag 16 oktober 2014

Angst voor ebola

De uitbraak van het ebolavirus in de westafrikaanse landen Guinee, Sierra Leone en Liberia is wereldnieuws. Zeker nu er ook een aantal besmettingen buiten Afrika zijn. Ghana, ook in West Afrika, heeft vooralsnog geen ebola-gevallen. De angst voor de dodelijke ziekte heeft het land echter wel in zijn greep. De afgelopen maanden zijn er meer dan honderd verdachte personen getest op ebola. Bij ieder geval haalde het hele land weer opgelucht adem als de uitslag negatief bleek te zijn. Voorlichtingscampagnes van de overheid over de preventie van ebola zijn op alle televisiezenders te zien en een ban op internationale conferenties werd afgekondigd. Samatha krijgt zelfs ebola-les op school en kent het hele rijtje preventiemaatregelen uit haar hoofd.
Naast deze aandacht voor het medische verhaal over ebola, wordt er minstens zoveel gesproken over de ‘spirituele’ kant van de ziekte. Deze week heeft de zelfbenoemde aartsbisschop Nicholas Duncan-Williams van de charistmatische kerk ‘Christian Action Faith Ministries’ in een van zijn televisiekerkdiensten veslag gedaan van zijn persoonlijke gesprek met God. In dat gesprek zou God de immens populaire televisieprediker verteld hebben dat ebola in november ook Ghana zal bereiken. Het lot van het land zou in de handen van ‘ebolaprofeet’ Duncan-Williams liggen, aangezien hij laat weten exclusief met God in onderhandeling te zijn door middel van ‘fasting and prayer’
Aartsbiscchop Duncan-Williams in zijn televisieoptreden: “Toen ik woensdagnacht op bed lag, maakte de Geest van de Heer mij wakker en zei tegen mij: ‘Slaap je?’. ‘Ja, ik slaap’, antwoordde ik. Hij zei: ‘Wordt wakker! Je moet gaan bidden en vasten omdat het ebolavirus op zoek is naar en opening om het land binnen te komen in november’. Ik vertel jullie dit, zodat je het op kunt schrijven. Ik spreek niet zomaar. Als ik niets van Hem hoor, spreek ik niet” De aartsbisschop gaf in hetzelfde programma bovendien aan dat hij begin dit jaar de president van Liberia gewaarschuwd had intensief te gaan bidden en vasten om een grote rampspoed in haar land te voorkomen. “De rest is geschiedenis”, aldus Duncan-Williams.
Hoewel de profetie van oudtestamentische proporties het gesprek van de week is in dit sterk religieuze land, durven maar weinig mensen zich openlijk uit te spreken tegen de onnodige bangmakerij van aartsbisschop Duncan-Williams. Velen slaan voor de zekerheid liever aan het bidden en kopen massaal ‘anointing oil’ en ‘holy water’ in bij Duncan-Williams en zijn collegaprofeten.
De vraag is of men zich ondertussen goed voorbereidt op een eventuele uitbraak van het virus in Ghana. De overheid lijkt goed bezig met voorlichtingscampagnes en voorzorgsmaatregelen. Toch zijn er nog een hoop vragen en moet er op het gebied van kennis, vaardigheden en materialen in de ziekenhuizen  nog veel gebeuren. En het enige dat wij 'gewone mensen' vooralsnog kunnen doen is hopen.... en bidden...